Wednesday, February 9, 2011

Richting Wevelgem...

In de rapte nog een postje rond recente ontwikkelingen in mijn voorbijgaand leventje... Istanbul was dolle pret, 't was de eerste keer in drie maand tijd dat ik weer in een deftig hostel was, met veel backpackers en mensen die andere talen spreken dan Russisch. Dat betekent dat ik er weer wat kennismaakte met meer Westerse geneugten, resulterend in een memorabel weekje :-)

Een dag of twee geleden ben ik uiteindelijk na veel vijven en zessen Bulgarije binnengesnord. 'k Was er niet echt zeker van of Kelsey zou binnenmogen in Europa, er zijn immers wat problemen gerezen met haar papieren. Ik heb bvb geen officieel aankoopbewijs op naam, enkel handgeschreven in het Chinees, dat heb ik tot nu toe bij elke douane gebruikt. Aangezien ik zelf geen Chinees ken weet ik niet echt wat er op dat papier staat, maar elk land heeft me al laten passeren. Ik dacht dat Europa wat meer miserie zou opleveren maar niets van dat. Otfastodn.

Anyway, kheb ook zonder problemen een Europese verzekering gekregen aan de grens. Het nadeel ervan is dat ze slechts 15 dagen geldig is. Dat betekent dat ik wat sneller moet rijden dan ik de voorbije weken gedaan heb. Ik ben nu in Sofia, volgende stop wordt Belgrado.

Sofia is ok, al is hier eigenlijk geen kloten te doen. Gisteren naar 1 of andere Matroesjka-style nachtclub geweest, 6 euro voor een klein biertje. Geen plaats waar een mens als ik dronken buiten zal rollen. Maar goed, dan is een mens daar ook eens geweest.

Na Belgrado ben ik nog niet zeker wat ik zal doen. Ofwel rij ik via Slovenie door de Alpen naar huis, das de kortste weg, maar kweet niet of Kelsey de hoge bergen zal verdragen. Ze trotseerde ze in Turkije en Georgie, maar twas niet echt van harte. Het alternatief zou Hongarije-Tsjechie-Duitsland zijn, maar de weg is langer en 'k ben al in die landen geweest. Niet eenvoudig, beslissingen nemen, zeker toch omdat ze minstens 3 dagen van mn toekomst zullen bepalen.

Maar goed, binnen een dag of 10 - 12 rij ik Belgie binnen, en is m'n avontuurtje voorbij. Jammer, al zal het wel fijn zijn om eens niet elke dag meer m'n rugzak te moeten maken, en te tsjolen op zoek naar een bed en wat fret.

Saturday, January 29, 2011

Days in Georgia

Wegens tijd- en geldverlies in Kazakstan/Azerbeidjan besluit ik om het in Georgie niet te lang te trekken. Zonde, want de grenswachters blijken hier heel vriendelijk te zijn en ook de politie laat zich van zijn beste kant zien, zo merk ik later.

In Tbilisi ben ik twee nachten chez Harm geweest, geen onbekende in de Bissegemse-Wevelgemse scene. De eerste nacht samen wat biertjes gaan drinken, wat resulteert in een dagje hoofdpijn achteraf. Erger voor Harm dan voor mij, hij moet immers werken. Maar goed, de eerste avond toch al eens geproefd van lokale cultuur. De dag daarop met een bescheiden kater door het centrum van Tbilisi getsjoold en wat foto's genomen, kwestie van wat herinnering te hebben. 's Avonds pikt Harm me open gaan we nog wat gaan boefen en drinken. Het loopt niet zo lang uit als daags ervoor.

Na afscheid genomen te hebben van Harm's Groene Sovjetblok rij ik richting Gori, alwaar dhr. Jozef Stalin het levenslicht zag. 'k Wou er zijn museum bezoeken en geboortehuis zien. Niet dat ik er fan van ben maar goed, een mens is daar dan toch juist. Het draait echter anders uit. Ik kom Stu tegen, een Australier die vanuit Engeland doorheen Oost-Europa, Turkije en Georgie richting China aan het fietsen is. De man is geboren op 30 kilometer van waar ik werkte in Australie. Dus gaan we samen biertjes drinken. De avond loopt uit, behoorlijk eufemistisch gesteld. De dag erop voel ik me niet fit genoeg om ver te rijden blijf ik in Gori. Aangezien Stu mij niet op kosten wil jagen kamperen we samen in een leegstaand gebouw langs de weg.

Daarna ben ik redelijk rechtdoor richting Poti gereden, waar de ferry richting Odessa vertrekt. Een beetje te rechtdoor, vrees ik, ergens onderweg miste Kelsey een bocht en zijn we in een gracht beland. Gelukkig zonder veel erg. Kelsey was vooraan een beetje geplooid, ik kwam er met wat schrik vanaf. Later merk ik dat d'r motorblok ook wat naar achter geplooid is, waardoor ik haar ketting moet aanspannen. Zelfs iemand die niets van mechanica kent kan zoiets fixen. Een mens leert elke dag bij.

De ferry Georgie – Oekraine vaart 1 keer per week, en vaart uit op de dag dat ik de haven binnensnor. Dat was perfect geweest, ware het niet dat de boot in Batumi vertrekt, 60 kilometer van Poti. Ik kijk op mn horloge en heb 2 uur om er te raken, de terminal te vinden, een ticket te kopen en douane te passeren. Dat lukt me nooit, tenzij de boot vertraging heeft. Ik ben echter niet gehaast dus speculeer ik daar niet op. In plaats daarvan bel ik het ferrybedrijf, tickets kosten 200 dollar, inc. motor en eten op de boot en alles. Dat lijkt mij een redelijk batje. De boot vertrekt een week later.

Ergens in het midden van de week ga ik naar Batumi om tickets te kopen en douaneformaliteiten te regelen. De correcte prijs voor een ticket is echter 500 dollar. Ik schrik een beetje en overloop mijn opties. Niet dat er veel zijn, het is ofwel de boot betalen ofwel door Turkije rijden, hoewel de grenzen daar strenger lijken te zijn wat betreft tijdelijk importeren van voertuigen. Ik twijfel tien minuten en besluit naar de grens te rijden en m'n kans te wagen.

Dus daags nadien stek ik toe aan de grens met Turkije. Nog geen enkele keer zo'n vlotte grensovergang gehad, binnen de twee uur ben ik in Turkije, met verzekering en alles, op weg richting Europa.



Ik ben niet van plan om lang in Turkije te blijven, en rij momenteel recht naar Istanbul. Zelfs Ramses Santy vindt Istanbul zowaar de moeite waard, wat mij doet vermoeden dat het een droomplaats moet zijn voor velen. Maar dat zie ik later wel. Momenteel zit ik door regen in de bergen vast in een truckersmotel langs de autosnelweg en verveel ik me dood. Goed dat er internet is.

EDIT 29 januari:

'k Ben in Istanbul aangekomen. Het regent hier dus blijf ik binnen. Ik zit voor de eerste keer in 2 maand in een subboord hostel met vele leuke gezichtjes. Omdat ik wat spullen nodig heb besluit ik hier een paar dagen te blijven. Momenteel zit ik een katertje uit, der was hier feest gisteren en onder de noemers Traditie en Gastvrijheid nam ik lustig deel aan de activiteiten. Meer nieuws volgt later.

Saturday, January 15, 2011

Blauw op straat

Dagje in Baku geweest, wat rondgewandeld en een theetje gaan drinken met Peter, een Antwerpse diplomaat die ik een paar dagen eerder lastigviel.
Binnen een dag verloopt mijn visum hier in Azerbeidjan dus moet ik doorrijden. Wie hier langer blijft dan toegelaten krijgt fikse boetes en kan in de gevangenis belanden. Ik stop snel even in Gobustan, waar rotsschilderingen van 15000 jaar oud te vinden zijn. Daarna rij ik de hele dag door.

Slapen doe ik in Ganja, bij een heel vriendelijke winkelier, die me geen hotel wil laten betalen. Ik weiger drie keer (een gewoonte), wetend dat de man toch zal blijven aandringen. Aanhouders winnen, dus ik krijg het beste bed, thee en een bord borsjt met mayonaise, vakkundig geprepareerd door zijn dochter. Zijn zoontje is blijkbaar zot van elektronica en kan niet van m'n spullen afblijven. Ik laat hem wat brielen met mijn camera en m'n telefoon.

's Morgens rij ik richting grens Azerbeidjan – Georgie. Een kilometer of tien buiten Ganja beginnen er blauwe lichten te flikkeren in m'n spiegels. Ai. Ik moet aan de kant gaan staan, hoewel ik niet eens aan de maximumsnelheid rij.

De agent gebiedt me naast hem in de wagen te komen zitten, wat ik doe. Hij legt me bars uit dat ik een kilometer of twee eerder een tractor heb ingehaald, en daarbij een doorlopende witte lijn overschreden heb. Ik weet dat ik de tractor voorbijstak, heb geen weet van een witte lijn. Daar heeft de man geen oren naar.

De agent vraagt mijn papieren, en is niet echt vriendelijk. Hij ziet dat m'n visum die dag verloopt en een minuut later krijg ik m'n paspoort terug. Het rijbewijs bergt hij op, terwijl hij constant 'shtraf' roept. Hij zegt erbij dat hij het rijbewijs naar Baku zal opzenden en dat ik 500 kilometer terug mag rijden om het op te halen en een boete te betalen. Ik moet uit de wagen stappen. Wat ik uiteraard weiger, zonder rijbewijs heb ik immers geen poot om op te staan, en geen recht meer om te rijden.

Dat probeer ik de man uit te leggen. Na een paar hopeloze pogingen haal ik m'n portefeuille uit, aangezien ik wel doorheb dat dat is wat die klootzak wil. Ik heb alles samen (dollars, azerisch en kazaks geld) het equivalent van 150 euro zitten. De man telt al het geld zorgvuldig na.

Hij geeft het geld terug en eist stante pede 600 manat. Dat is ongeveer 500 euro, een bedrag waar zelfs Jeroen Verboven bijna een week moet voor werken. Ik panikeer verschrikkelijk, een ferme hap uit m'n schamele budget, kwijtgespeeld aan een corrupte flik die dezelfde avond eens goed vet zal gaan eten door mij hier met succes af te persen.

Hij heeft m'n rijbewijs al bij zich, en eens ik uit de auto stap rijdt de man weg en kan ik niets meer doen. Ik vraag hem een paar keer om me naar het bureau te brengen, en zeg hem dat ik met zijn baas wil spreken. 'k Heb ondertussen ook zijn naam op een naamkaartje in de wagen gelezen maar de foto lijkt totaal niet op zijn kop. 'k Ben op dat moment radeloos en verschrikkelijk kwaad.

Plots krijg ik het lumineuze idee om Peter De Diplomaat te bellen. Ik rommel wat in mijn buzze en haal m'n telefoon uit. Ik glunder al bij de idee dat Peter met wat moeilijke en ingewikkelde azerische zinsconstructies die flik wel tot rede zal brengen en de man onder druk kan zetten met een of andere diplomatieke toverformule. Zowaar glimlachend haal ik m'n telefoon uit het beschermhoesje.

Tot ik merk dat de telefoon luisplat is. Het zoontje van de winkelier had er de hele avond mee zitten spelen. Redelijk kak, daar gaat m'n enige kans om in het hol van pluto iemand te contacteren nu ik hulp echt wel kan gebruiken.

De flik verplicht me naar een bankautomaat te rijden, ik voorop, hij vijftien meter achter me, in een comfortabele machtspositie. 'k Heb het bedrag met bloedend hart afgehaald en in z'n auto gelegd. Ik kon die vent neerschieten op dat moment. Een bewijs van betaling heb ik uiteraard niet gekregen. Hij maant me nog aan niet te snel te rijden, waarschijnlijk uit oprechte bezorgdheid voor m'n veiligheid. Per slot van rekening is de man er immers om de burger te helpen.

Allez, of hoe een mens in een half uur tijd 500 euro kan verliezen zonder deskundige hulp van luxehoeren. Mij zie je hier de eerste 20 jaar alvast niet meer. Apenland.

Thursday, January 6, 2011

Landrat in niemandsland: een straffer verhaal.

Om er meteen maar goed in te vliegen: eindelijk eens een deftig douaneverhaal. Wat volgt is een chronologische weergave van m'n eerste zes dagen in 2011. Redelijk memorabel.

1 Januari:

Om 6u 's morgens rij ik fris als een hoentje de haven binnen. De dag voordien heb ik op de haven alle papieren in orde gemaakt om Kelsey te mogen verschepen naar Azerbeidjan, customs kan slechts een fluitje van een cent zijn. Dat is ook zo. Ik heb een brits in m'n kajuit en er is een kombuis op de schuit. 'k Voel me al een echte zeeman! De vaart verloopt vlot.


In Baku haal ik Kelsey van de boot en rij richting grenswachters. Daar rijst echter meteen al een probleem. Ik wil een transitvisum aanvragen voor 5 dagen, wat mogelijk is aan de landsgrenzen en op de luchthavens. Enkel op de zeehaven is dat niet mogelijk. Ik dring wat aan, maar de douaniers houden voet bij stuk.

Uiteindelijk stelt een van de grenswachters voor om het Belgisch Consulaat in Baku te bellen. 't Is 2 januari, diplomaten hebben conge tot 5 januari. De consul is echter vriendelijk.

Aan de telefoon krijg ik te horen dat de fout bij de Kazakstaanse autoriteiten ligt. Zij mochten me niet laten gaan zonder eerst gecontroleerd te hebben of ik een Azerbeidjaans visum had. Dat betekent meteen ook dat de Belgische consul in Azerbeidjan geen bal kan doen. Hij geeft me nog het nummer van de Belgische ambassade in Kazakhstan ('voor mocht u daar problemen aan de grens ondervinden, meneer')en nodigt me uit voor een lunch als ik ooit in Baku raak. Dat voelt op dat moment als een pleister op een open beenbreuk.

Enkele minuten later word ik gedeporteerd. De douaniers en politie escorteren me op de boot en zorgen voor een gratis ticket. Joepie! Ik vraag me af wat me de volgende avond aan Kazakstaanse grens te wachten zal staan. Ook voor Kazakstan heb ik immers geen visum meer. Fijn begin van het nieuwe jaar.

3 januari:

Wanneer de boot terug aanmeert in Kazakstan word ik met een bestelwagen naar een apart verhoorkamertje gebracht waar ik moet wachten op de baas. Het is 3.20u in de morgen.
Ik wacht een uur of drie, maar niemand daagt op. Ik leg me te slapen. Er staat bewaking voor de deur van de kamer.

4 januari:

Om 9 uur 's morgens komt de baas binnen. Ik moet m'n paspoort afgeven. Er worden ook foto's van me genomen. De Kazakken zullen ervoor zorgen dat ik de dag zelf nog een transitvisum voor Azerbeidjan krijg, en dan kan ik 's avonds nog op de boot terug.

Na een paar uur komt de baas weer binnen. Het consulaat van Azerbeidjan wil me in persoon zien voor ze een visum uitreiken. Dus word ik later op de dag met twee soldaten (en een officier die mijn paspoort en pasfoto's bij zich heeft) daarheen gebracht. Ik vul een applicatieformulier in. De ambtenaar meldt dat het visum ten vroegste zal klaar zijn binnen 2 werkdagen.

De officier panikeert, het is immers niet de bedoeling dat ik nog twee nachten in de haven vastgehouden word. Ik stel voor om me naar een hotel te laten brengen, waar ik me vrijwillig wil laten prisonneren voor twee dagen. Daar lijkt de man oren naar te hebben, maar niet naar het hotel dat ik zelf voorstelde.
Omdat ik ga verhuizen naar het hotel moet ook Kelsey -die op dat moment nog steeds in de boot staat- mee. De boot zal immers dezelfde nacht nog vertrekken. Ik krijg de toestemming om de officier in de wagen te volgen met de motorfiets.

Net op het moment dat ik de brommer losmaak krijgt de officier telefoon. Door een of ander mirakel is m'n transitvisum klaar. Als we er binnen het uur om gaan en betalen kan ik nog op de boot richting Azerbeidjan. Het is twintig minuten rijden naar het consulaat. Ik word de auto in geduwd en we rijden richting consulaat. Daar aangekomen vraagt de officier me mijn paspoort. Ik probeer uit te leggen dat ik de laatste 50 uur mijn paspoort niet meer in m'n handen heb gehad. De man panikeert en begint de wagen te doorzoeken. Niets. Ik moet mijn jas uitdoen en een van de soldaten fouilleert me. Niets. Paniek alom. De officier doet een paar telefoons en opeens volgt een behoorlijk intense scheldtirade.

Ik begrijp dat het paspoort terecht is. We scheuren terug richting haven, de snelheid ligt gevoelig hoger. Ongeveer halverwege remt de man en loopt hij naar een geparkeerde wagen. Hij had blijkbaar opdracht gegeven aan iemand om ons tegemoet te rijden.

Daarna terug naar het consulaat, paspoort opgepikt. Zonder veel problemen mag ik de boot op richting Azerbeidjan, van waar ik nu dit verhaal publiceer. Een laat gelukkig nieuwjaar gewenst!

Friday, December 24, 2010

Richting Aralsk.

21 december, des avonds. Ik ben klaar om 's anderendaags te vertrekken richting Shymkent. 800 km van hier. Aangezien ik die afstand niet kan overbruggen in 1 dag plan ik een overnachtinkje in Merke, 450 km hiervandaan.

Het is mooi weer, als het zo kan blijven voor een tijdje kan ik nog een heel stuk zelf rijden vooraleer van het openbaar vervoer gebruik te maken.

22 december, des ochtends. Ik word heel langzaam wakker. 't Is tijd om op te staan. Er ligt een dik vet sneeuwtapijt, waar zelfs Belgie momenteel een ferme punt aan kan zuigen, hoop ik. In een helder moment realiseer ik me het enorme voordeel van nachtregen. Je hoort de druppels tenminste tikken tegen 't zolderraam. Sneeuw valt stil. Ik schrik me dus een hoedje.

Nuja, geen zin meer om lang in Almaty te blijven, Wunderground voorspelt nog 3 dagen vorst, Shymkent schijnt een stad ver van iedere beschaving te zijn (ik ging er enkel heen omdat er geen andere weg richting Aralsk is) dus zonder veel dralen besluit ik mn portefeuille boven te halen en Kelsey en mezelf een enkeltje Aralsk te trakteren. De trein is altijd een beetje reizen.

Een ticket voor mezelf bemachtigen gaat redelijk vlot. Voor Kelsey heb ik meer miserie. Om praktische redenen mag ze niet bij de gewone passagiers zoals mezelf zitten. Ze wordt beschouwd als vrachtvervoer. Daar zal haar slordige 150 kilo (inc. heuptassen) daar wel voor iets tussenzitten.

Ik krijg een Russisch formulier aan balie A, Dat ik moet invullen, waarna ik om een stempel naar balie B moet, om dan terug te kunnen keren naar A. Betalen doe ik in C. Alsof ik weer bij de Kabouters in KSA De Vlasbloem zit.

Eens alles geregeld is, moet ik bij de mannen 'op de vloer' een formulier krijgen dat bewijst dat Kelsey gezond en wel afgeleverd werd in het magazijn. Dat krijg ik, maar enkel op voorwaarde dat ik bij hen betaal, in plaats van aan balie C. Zij zouden dan de rest doen. Prijskaartje: 35000 tenge, omgerekend zo'n 180 euro. Ter vergelijking: mijn ticket koste 3400 tenge, zowat 17 euro. De mannen op de vloer willen tot 18000 tenge korting geven na wat aandringen, maar 'k voel nog altijd dat het wat veel is. Om misverstanden te voorkomen besluit een van de werkers naar zijn zus te bellen, die Engels spreekt.

Via de zuster-tolk leg ik leg de werkers uit dat ik hun prijs eerst ga checken in het bureau, omdat ik het wat veel vind. Ze protesteren en vragen of ik hen niet vertrouw. Ik glimlach en zeg: 'neen'. Een kwartier later krijg ik beschijt aan balie C. De correcte prijs voor Kelsey is 5000 tenge, zo'n 25 euro. Dat ziet er al een stuk geloofwaardiger uit.

Op de baan terug naar m'n hotel bedenk ik dat Kelsey's tassen niet gesloten kunnen worden. Er zit 4t-motorolie in, een nest moersleutels, een tent, wat prefab-noodles en reservestukken. Die kunnen ze dus schoepen als ze willen. Maar goed, die attributen zijn al tegaar 6000 tenge waard. Een prijs die ik bereid ben te betalen mocht De Vloer op wraak zinnen.

Edit:

Ondertussen is het Kerstavond en ben ik in Aralsk, 1500 km dichter. Kelsey's tassen zitten nog boordevol. Zaligenoogtag aan iedereen.

Friday, December 17, 2010

16/12: grensovergang China-Kazakstan

10.30u: overslapen en een uur te laat wakker geworden. De dag begint goed blijkbaar. Kopje thee naar binnen gezopen (m'n hotelkamer heeft een waterkoker). Mijn buzze is reeds gemaakt, en een deel van de bagage ligt al bij Kelsey, zodat ik vandaag niet te veel meer hoef te sleuren. Vooruitziend denken heet dat. Kelsey blaakt van gezondheid wanneer ik haar zie. Blinkend rode wangen en een koppel ferme tassen rond haar heupen. Mooi!

14.00u: Aan de grens aangekomen krijg ik te horen dat de administratie pas open gaat om drie uur in de namiddag. Nog een geluk dat ik me overslapen heb. Kelsey krijgt veel bekijks, ze staat er goed op ook. 't Is er blijkbaar eentje om mee thuis te komen. Aan de grens krijg ik de kans om mijn Chinese Yuans om te wisselen voor Kazakse Kluiten. Had de dag ervoor de wisselkoersen bekeken en na wat sukkelen en praten en onderhandelen krijg ik een subboorde koers. 't Leven kan zo simpel zijn.

15.00u: een gedrum van jewelste aan de Chinese kant van de grenspost. Aangezien er geen rij voorzien is voor particulier personenvervoer moet ik samen met Kelsey in de rij gaan staan van wachtende mensen, en haar mee naar binnen duwen in het douanegebouw. Aan het stempelkot gekomen weten de Chinezen geen raad met de motor. Officieel is het een voertuig, maar daar moeten ze blijkbaar exportpapieren voor maken en dat duurt een tijdje. Dus behandelen ze de motor als een deel van mijn handbagage, nadat ik hen uitgelegd had dat het een souvenir was voor persoonlijk gebruik. 'Niks geen verkoop achteraf, meneer.' Stempeltje gekregen, alles OK.

Het niemandsland tussen China en Kazakstan hier is een strook van ongeveer 500 meter. In een bilateraal akkoord staat geregeld dat iedereen die de grens oversteekt verplicht de shuttlebus moet nemen. Ik dus ook. En Kelsey ook. Na wat gezwoeg raakt ze eindelijk op de bus en kan ik naar de grens. Aan Chinese zijde spreek ik samen met de douaniers en de buschauffeur een prijs af, die ik vooraf betaal. Aan Kazakse zijde heeft de chauffeur een paar vrienden. Die leggen me uit dat de man sinds kort weduwnaar is met vijf kinderen alleen achterblijft. En dat ik hem 20 dollar fooi moet betalen. M'n kloten, Gerard.

16.00u: alles gaat vlot, tot nu toe. Doordat ik geen exportpapieren heb gekregen van de Chinese kant, is het moeilijker om Kelsey in Kazakstan binnen te krijgen. Niemand spreekt Engels, enkel Kazaks en Russisch. Anyway, na veel gepalaver en eerlijk smekend kijken krijg ik eindelijk een 'declaratie van tijdelijke import van voertuig', zodat ik in Aktau, aan de Europese kant van Kazakstan, niet veel moeite zou mogen hebben met het papierwerk. We schrijven alweer een uur later. Maar goed, we zijn bijna waar we moeten zijn.

17.00u: eindelijk de grens over. Nog een paar identiteitscontroles gepasseerd in het binnenland, en na een uur of twee rijden een hotelletje onderweg gevonden. Nadat m'n kamer gedokt was realiseerde ik me plots dat ik de hele dag niet gegeten of gedronken had, op een ochtendlijk kopje thee na.

19.30u stipt: ik speel met veel plezier twee porties friet-stroganoff naar binnen. Dat is standaard-eten hier. Eindelijk weer een land waar noedels en rijst niet de plak zwaaien, doch waar patatten in de pot liggen. 't Gaat nog goed komen.

Tuesday, November 30, 2010

Beijing Urumqi

28 november, 6pm

Eindelijk in de luchthaven geraakt, na ongeveer veertien dagen gewacht te hebben hier. Vrij vlot in de correcte terminal geraakt, wat op zich al een prestatie is aangezien niemand hier iets van je gebrabbel begrijpt.

Het eerste wat de onschuldige reiziger ziet op het grote departures-scherm: zowat alle vluchten hebben vertraging of zijn afgeschaft. A cause du brouillard, leer ik naderhand.

Ik heb geluk, mijn vlucht is niet afgeschaft. Slechts negen uur vertraging. Scheduled time of departure: 20.20. Estimated time of departure: 05.40.

Heb dus een nachtje in de luchthaven gedut, af en toe eens terug gaande naar het vervaarlijk oplichtend LED-scherm. Dan, om 4.30 in de morgen, een uur voordat de vlucht zou vertrekken, eindelijk verandering: 'delayed' transformeert naar 'cancelled'.

Ik was te moe om kwaad te worden. 'k Ben wat moedeloos naar de ticket counter gesloft. Zonder veel problemen kon ik mn vlucht verplaatsen. 2 dagen later weliswaar, maar goed, ik was niet zomaar m'n ticket en m'n centen kwijt. Bij Ryanair zou het niet waar geweest zijn.

30 november, een halve dag voor dit schrijven, opnieuw naar de luchthaven gegaan.

Wat bleek al snel: 10 vluchten naar Beijing van China Southern Airlines werden vervangen door 1 (!) vlucht. Onaangekondigd. Inchecken: first come first serve. Een mens zou er groen van worden.

Aangezien dat niet enkel voor de vlucht naar Beijing was, maar ook voor die naar Hong Kong, Kashgar, Shanghai en menig andere stad in China, waren het leger en een aantal S.W.A.T.-teams ingeschakeld. Kwestie van woedende en opgehitste Chinezen wat te kalmeren en de vechtpartijen aan de check-in te onderdrukken. Best eens fijn om te zien, maar wat koopt een mens ermee.

'k Had heimelijk gehoopt om ook eens het aantal veloots in Peking te mogen tellen, maar goed. Morgen terug naar het reisbureau m'n geld gaan terugvragen. Dat ze maar blijven waar ze zijn, les Chinois.

Thursday, November 25, 2010

Ondertussen in Urumqi.

Sinds 9 november ben ik hier, 15 dagen op moment van schrijven. Het leven gaat hier gezapig aan me voorbij. Urumqi is ok, maar ook niet meer dan dat. Vergelijkbaar met een Oostblok-stad denk ik. Grauw, grijs, onpersoonlijke architectuur, af en toe een vlokje sneeuw en veel blauw en kaki op straat. 't Is winter ook, Misschien maakt dat een verschil.

De bevolking in Xinjiang -de provincienaam- bestaat voornamelijk uit Han-Chinezen, Moslims en een hele nest Kazakken en Russen die het Oostblokgehalte de hoogte in jagen. Verkeersborden, aankondigingen, posters, bedrijfsnamen en adressen zijn afwisselend in drie talen. Chinees, Russisch en Arabisch. Maar daar is een Europese toerist niet al te vet mee.

Een paar dagen geleden was ik uitgenodigd op een feestje van enkele Han. Alhoewel de meerderheid hier Moslim is weten de Han's wel raad met drank. Op het menu: hond, groenten en rijstwijn. Fijn om de cultuur van nabij eens mee te maken – ik ga immers af en toe eens lokaal – en op die manier was mijn avond nog goed gevuld ook.

De avond bestond grofweg uit twee delen: eerst veel te veel eten, daarna veel te veel drinken. Dat laatste trouwens op een behoorlijk studentikoze manier, drankspelletjes en dergelijke inbegrepen. Maf om die mannen van middelbare leeftijd hun versie van bladstjinènskoare te zien lallen.
'k Heb goed geslapen achteraf en 't kopke wilde best mee de dag nadien. Hun drank kan niet van verschrikkelijk slechte kwaliteit geweest zijn. Ze komen eraan, de Chinezen.

'k Heb een visumverlenging aangevraagd ondertussen. Zodoende kan ik hier een maand langer blijven en op mijn gemak wachten op een visum voor Kazakstan , iets waar ik trouwens in Beijing voor zal kijken. 'k Hoef me dan niet te schoffelen om de grens over te komen. Gejaagd zijn, daar komt alleen maar miserie van.

Plannen in Beijing tot nu toe: de muur, Tienanmen en dooie Mao. Worden wel nog wat aangevuld denk ik.

Friday, November 19, 2010

Dag,

een heel tijdje geleden dat je nog eens iets van me las, 'k heb mijn blog een beetje in gebreke gelaten. Daar zijn echter een aantal redenen toe:
  • Op den duur ervaar ik reizen en in het buitenland zijn als normaal. In tegenstelling tot sommigen onder jullie waarschijnlijk.

  • Over backpacken in Zuid-Oost Azie -en bij uitbreiding Australie- bestaan al ongeveer 326.000 blogs en fora, die zowat allemaal hetzelfde schrijven.

  • Een diepgeworteld gevoel van luiheid in combinatie met een gebrek aan discipline.


Maar goed. Een woord is sterker dan 100 vuisten en een beeld zegt meer dan 1000 woorden. De albums op facebook zouden aldus moeten volstaan.

China

Sinds een paar weken geleden gelden voorgaande redenen niet meer. Luiheid is immers omgeslaan in verveling. Ik ben in West China, alwaar bijna geen backpackertjes aanwezig zijn en waar quasi niemand een woord Engels spreekt ('money' daar gelaten). Ik verwacht ook niet direct dat er in Kazakstan meer backpackers aanwezig zullen zijn.

Vanuit Maleisie heb ik begin november een vlucht genomen naar Chengdu,
het enige pandareservaat in de wereld. Daar een tweedaagse trein genomen door woestijngebied, Taklamakan en Gobi, om in Urumqi aan te komen, alwaar ik al een week vastzit.
Voor de niet-geografen: Urumqi ligt linksboven in China. Dicht tegen de grens van Kazakstan en Mongolie. Het is er niet meer zo warm als in Thailand.

Visumperikelen

M'n bedoeling was om hier een visum voor Kazakstan vast te krijgen. Wat technisch mogelijk is, ware het niet dat de computers in de ambassade stuk zijn. Wachten geblazen op een specialist uit The Glorious Nation! Resultaat: 'k mag op 6 december eens teruggaan en hopen dat de specialist zijn toernavijzen thuis niet vergeten is.

Bijkomend probleem: mijn Chinees visum verloopt op 5 december. Dus mag ik maandag nog eens langs in het immigratiekantoor hier in de stad, om met handen en voeten uit te leggen dat ik hier wat langer wil blijven.

Bezighouding

Ondertussen denk ik heel hard na over mijn toekomstopties, wat ik ga doen eens ik terug in Belgie ben en waar ik wonen wil. Thuis zal waarschijnlijk geen optie zijn, na anderhalf jaar uitslapen tot vroeg in de vooravond.

Anyway, binnenkort mag je een nieuwe post verwachten over hoe het leven hier in Urumqi is, en wat ik hier eet, en hoe lekker het bier hier wel is, en hoe weinig Engels iedereen wel niet spreekt, en wat mijn plannen zijn voor de komende 3 weken, en hoe mijn jacht op een motor vordert. 'k Ga hier geen 14 dagen binnen blijven door een nest Kozakken die quasi even lui zijn als mezelf.

Sunday, July 25, 2010

Burma / Myanmar

Omdat ik in Burma geen toegang had tot mn blog en lange verhalen teveel letters vergen volgt een beknopte samenvatting.

Slechte wegen / mooie landschappen / vriendelijke mensen / kotsende burmezen /verschrikkelijk openbaar vervoer / waka waka eh eh / weinig inspirerend eten / ziek voor 14 dagen / alweer een tijdje genezen / 100 miljoen pagodes / irrawady river / bedelkinders / kutregering / geen fastfood / waka waka eh eh / 'want taxi, sir?' / george orwell / bankautomaatloos / dollars zonder kreuken / leegaardij / goedkoop leven / burmese virus – usb stick / geformatteerde pc / fotoots kunnen houden.

Wie wat meer uitleg wil kan hieronder terecht, alwaar ik een wat langere explicatie verschaf. Post is een halve week geleden geschreven, in een moment van fysieke en geestelijke inspanning. Hard times.



Taungyi, 21 juli 2010

Gek, tis nationale feestdag.

Na een maandje eindelijk nog eens een subboorde blogupdate. Myanmar is niet bepaald het land van degelijke internetverbindingen, laat staan van vrij rondsurfen. Gevolg: geen enkele blog bij een internationale blogserver is hier toegankelijk. Hotmail werkte soms, maar was officieel verboden. Facebook was over het algemeen goed toegankelijk.

Dan maar niet dus.

Myanmar: Na een maandje hier rondgereisd te hebben zou ik het land aan iedereen aanraden. Niet voor de natuur, die kan je in Thailand vinden, met veel betere infrastructuur en ongeveer voor dezelfde prijs. Ook niet voor het cultureel erfgoed, dat behalve in Bagan niet echt zoveel spectaculairs voorstelt, en al helemaal niet voor het eten, waar ik 14 dagen ziek van was.

De mensen daarentegen behoren tot de leukste en vriendelijkste mensen hier in Azie. Af en toe een klootzak van een taxichauffeur, maar die vind je overal. Iedereen weet dat toeristen hier met minstens 500 dollar cash rondlopen, wegens geen bankfilialen.Toch geen enkel verhaal gehoord over overvallen. Het was ooit anders (Thailand, Cambodja, Vietnam). Of het in de aard van het beestje ligt, of door de autoriteit van de ‘regering’ komt, weet ik niet.

Reizen is hier verschrikkelijk. Wegen zijn er nauwelijks. Er is een ‘autosnelweg’ die van het zuiden naar het midden van het land gaat, verharde wegen zijn er amper. Er rijden een paar treinen, maar die hou je met de fiets bij. Verbindingen tussen grotere steden zijn vaak veredelde aardewegjes.

Een van de meest gebruikte wegen door toeristen en busmaatschappijen, van Bagan naar Inle Lake, is een aardewegje met af en toe wat gebroken asfalt, waarschijnlijk nog door de Britten aangelegd. Om een idee te geven: ’t Is 150 kilometer, en de reis duurt 12 uur als je bus onderweg geen tegenslag heeft. Mijn bus had twee lekke banden en motorpech.

Nuja, eigenlijk zou je hier moeten zijn om het te zien. Waarschijnlijk een paar decennia terug in de tijd, maar ’t is de moeite waard. En 400 dollar voor een maand goed leven. Batje, als je niet ziek wordt.

Fotoots zouden hier voor iedereen zichtbaar moeten zijn.

Hans

Update op 26 juli: de ochtend van mn vertrek werd een van mn kompanen in Yangon gezakrold. 60 dollar gestolen. 't Is dus blijkbaar ook niet altijd melk en honing.

Thursday, June 10, 2010

Noord Thailand, rond Chiang Mai.

Tis een beetje moeilijk om een update te geven hier, 'k Heb bitter weinig gedaan, en tegelijk veel te veel gedaan. Zie het als een paar dagen vakantie tussendoor.

Een dag of zeven geleden in Chiang Mai aangekomen, en direct beginnen rondrijden in de bergen. Net een tripje van vier dagen achter de rug. Mooie stukjes natuur, lekker cruisen doorheen de glooiende heuvels (zelf gevonden...) en prachtig weer.

Alles is rustig hier, wel een aantal legercheckpoints en controles moeten passeren maar nergens geen problemen gehad. De Redshirts zijn blijkbaar vooral burgers uit het Noorden van Thailand en blijkbaar waren er niet enkel problemen in Bangkok. Vandaar.

Eerder deze week wat thaise whisky gedronken met een studentenclub die ik hier toevallig tegenkwam, ze hebben me uitgenodigd voor hun volgende activiteit (whisky drinken, denk ik), komende zondag. Ik zie nog wat ik doe, het waren allessinds leuke studenten. Burgerlijk ingenieurs.

De komende dagen ga ik me vooral bezighouden met het jagen op een visum voor Myanmar. 'k Moet vooraf een route geven, de plaatsen waar ik zal slapen en de datums wanneer ik er zal zijn. 'k Mag ook niet over land naar binnen, ik moet verplicht landen op de luchthaven van Yangon en een terugreis ticket hebben. Kwestie van controle op toeristen. Blijkbaar mag ik wel alleen reizen, zonder gids of verplichte tours. Een opsteker. We zien wel wat het geeft.

groeten

Friday, June 4, 2010

BKK, 3 juni.

Paar dagen geleden in Bangkok aangekomen. ‘k logeer in een indisch guesthouse bij Khao San Road, toeristen- en mierennest, dichtbij een van de wijken waar de redshirts met stenen gooiden naar het leger. Alles is hier rustig nu, enkel het aantal toeristen lijkt wat minder. Maar het is low season ook.

Singapore was best ok. Kben er maar twee dagen geweest, dat was net voldoende voor me. Veel shopping malls, veel amusement (‘t is een haven…) maar niet zo heel goedkoop om lang te blijven. Kheb er een lens gekocht voor mn cameraad, 130 dollar neergeteld voor een ding dat in Australie veel meer kostte. Batje gedaan dus. Of opgelicht geweest met namaak, dat kan ook. Maar de lens werkt, dat is het belangrijkste.

Het plan is nu om een bus te boeken naar Chiang Mai, een stad in het noorden. Daar ga ik een tijdje blijven, afhankelijk van hoe fijn het er is. Daarna ga ik hoogstwaarschijnlijk naar Myanmar voor een maand. Een visum zou hier makkelijk te krijgen zijn bij de ambassade, maar het duurt twee werkdagen. Daarom dat ik waarschijnlijk pas op het eind van deze maand ervoor zal kijken, kheb geen zin om hier nog 4 dagen in Bangkok te blijven.

Maar ik ben nog niet neergeschoten of overvallen geweest, wat ook niet onbelangrijk is.

Hans

Sunday, May 30, 2010

30 mei, ergens in de lucht tussen Mandurah en Singapore.

Het is voorbij, het Australisch caravanpark-avontuur. Aangekomen begin november, een weekje conge genomen om wat aan de nieuwe setting te wennen en daarna werk beginnen zoeken. Het heeft een week of drie geduurd voor ik iets deftigs vond, maar ondertussen zijn we 6 maand verder.

Vrijdag en zaterdag nog wat bescheiden gevierd, een avondje gaan bowlen en een varkentje van eigen kweek gekeeld. 't Was de moeite. Pieter, mn baas, bracht een flesje Famous Grouse mee naar het caravan park, alwaar het varkentje reeds heerlijk lag te roosteren op de bbq. ’t Kan deugd doen, goed eten en drinken.

Wat de toekomst betreft: op dit moment vlieg ik naar Singapore, dinsdag naar Bangkok. Het geweld lijkt daar wat over te zijn en met dat toeristen nooit het doelwit zijn geweest van acties ga ik er mij niet te veel van aantrekken. Mijn eerste idee was om in Bangkok een visum voor Myanmar te regelen en daarheen te gaan. Dat plan heb ik echter opgeborgen, ik krijg immers een Thais visum voor 30 dagen op de luchthaven. Wanneer je over land in Thailand aankomt krijg je er maar een van 15 dagen. Daarmee.

Vanaf nu mag je wat meer updates van mn blog verwachten, afhankelijk van internetverbinding weliswaar. Het schijnt dat meerdere kortere stukjes makkelijker te verteren zijn dan hele apostels. Ik probeer ook om regelmatig wat foto’s te posten op facebook.

Goed, ‘k heb de laatste weken verschrikkelijk zitten verlangen naar dit moment. Het werken was fijn, maar rondtsjolen is nog net iets fijner. Along the road to joy, with no direction home :-)

Hans

Monday, May 10, 2010

Na een sabbatmoment van een dikke zeven maand wordt deze blog opnieuw gereanimeerd, aangezien ik opnieuw op pad ga, en het bloggen opnieuw de moeite waard wordt.

Voor onwetenden: ‘k Heb het laatste half jaar op een varkensboerderij in Mandurah, bij Perth, in Australie gewerkt. ‘k Heb me er vooral beziggehouden met biggetjes verzorgen, wat bouwen en verbouwen en ik heb leren lassen. In mijn vrije tijd heb ik onder andere leren hyperlinken, waardoor het inhoudelijke aspect van deze blog naar ongekende hoogten getild zal worden.

In Mandurah woonde ik overigens op een caravanpark, iets wat m’n algemene indruk over Australiers niet echt ten goede kwam. Stel je voor dat je in Belgie fulltime op een camping woont. Maar dat geheel terzijde uiteraard.

Veel vrije tijd had/nam ik niet in de voorbije maanden. ‘k Heb een tijdje weekendwerk in een restaurant gedaan, wat me 7 dagen op 7 werk opleverde voor 2.5 maand. Toen het restaurant failliet ging -het schijnt dat de afwasser veel te goed betaald werd- heb ik meer uren gevraagd op de boerderij, om dat inkomensverlies wat te compenseren.

Behoorlijk lastig, maar goed voor de bankrekening. Zo goed dat ik –mits zuinig omspringen met resources en weinig onverwachte tegenslag- er een jaartje tegenaan kan. In die tijdspanne staan onder andere op het programma: Singapore, Myanmar, Nepal, India, Laos, Thailand, Cambodja. Ik wil hier in Azie reizen tot eind maart 2011.

In april 2011 ga ik naar China, alwaar ik een motor wil kopen en registreren. Als ik dat geregeld krijg rij ik ermee doorheen Kazakstan en Rusland naar Europa. Om hopelijk na ongeveer 2.5 maand en zonder ongelukken in Belgie te aan te komen… ‘k Heb mijn motorrijbewijs gehaald hier, heb wat praktijkervaring opgedaan en ik ga de komende maanden in Azie ook nog wat rijden, kwestie van wat behendiger en rijvaardiger te worden.

De reden waarom ik maar in het voorjaar van 2011 terugkeer: het weder in Kazakstan en Rusland. Tussen oktober en april is het er immers constant vriesweer, niet echt aangenaam en veilig om terug te keren. Dus blijf ik hier wat langer dan eerder gepland.

Mijn oorspronkelijke plan was om doorheen India, Pakistan en Iran terug te rijden. Maar aangezien die landen een CPD vereisen bij doortocht met voertuig heb ik de hoop al snel opgegeven om doorheen het Midden Oosten te rijden. Om een CPD voor een motor te krijgen in Belgie betaalt de eigenaar van het voertuig 3000 euro borg, ongeacht de waarde van het voertuig. En in Belgie geeft men geen CPD uit aan personen die zich in het buitenland bevinden, wat de zaak nog wat ingewikkelder maakt, aangezien ik enkel een Duits exemplaar kon krijgen. Dus heb ik het Midden-Oosten-Idee maar laten varen…

Op wat kortere termijn: Eind mei neem ik het vliegtuig naar Singapore. Daar blijf ik een aantal dagen. Ik wil er een extra lens voor mijn camera kopen, met wat geluk vind ik ze er goedkoper dan in Australie. Na Singapore ga ik naar Bangkok, waar ik een visum voor Myanmar probeer te krijgen. Als dat lukt staat me een maand Myanmar te wachten. Daarna zien we wel weer…

Hans

Tuesday, October 27, 2009

Hanoi - 28 oktober

Een kleine twee weken geleden ben ik in Hanoi aangekomen. 't Is de hoofdstad van Vietnam en waarschijnlijk zowat het slechtste wat Vietnam te bieden heeft. Van verkeersregels hebben ze hier nog nooit gehoord, iedereen rijdt hier door elkaar, claxonneert constant, chauffeurs schelden omter luidst naar elkaar en iedere toerist wordt beschouwd als een geldautomaat.
Veel speciaals is hier niet te doen, behalve gaan kijken naar een waterpoppenshow in het centrale meer. Maar waterpoppen spreken me niet zo heel erg aan...

Gelukkig is Hanoi niet het enige bewoonde gebied in het Noorden hier. 'k Ben hier een dag of 10 geleden naar Sa Pa geweest, een klein dorpje in de bergen, quasi grenzend aan Laos en China. De streek staat bekend voor de minderheden die er leven, de H'mong. 't Zijn vooral stammen die doorheen de geschiedenis vanuit Thailand, Laos en China naar Vietnam gevlucht zijn, maar steeds hun eigen taal en cultuur behouden hebben. Verder staat Sa Pa bekend voor zijn rijstvelden en prachtige landschappen. 'k Heb hier een brommer gehuurd en een tijdje rondgecruised. Was wel de moeite. De rest van de tijd heb ik verdaan aan een bergwandeling van een dag of 2 met een lokale gids. Ook dat was nogal de moeite, ook al was het behoorlijk toeristisch. Nou ja, een mens moet zich al eens laten gaan.

Daarna teruggekeerd met de nachttrein naar Hanoi, om direct verder te gaan naar Ha Long Bay. Ha Long is een stadje in het Noorden aan de kust, dat bekend staat voor zijn limestones. Limestones zijn gigantische rotsen die op het land of in het water staan, alsof ze daar ooit door een gigantische mens neergelegd werden. 'k Geloof dat de Vietnamezen momenteel druk aan het lobbyen zijn om het hele gebied als een wereldwonder te laten classificeren. Ik heb een drie dagen tour geboekt, je mag er immers niet zomaar in rondvaren en tour boeken is verplicht. Zo gaat dat met wereldwonderen. De tour was wel nog fun, kajakken, nachtzwemmen tussen de rotsen en een bezoek aan een machtige grot inbegrepen.

Mijn maandje Vietnam begint echter stilaan ten einde te lopen, dus ben ik hier terug in Hanoi aan het wachten op mijn vliegtuig naar Australie. Morgen vlieg ik terug naar Kuala Lumpur, alwaar ik een vijftal dagen zal wachten op m'n vliegtuig naar Perth. De eerste dagen in Perth zal ik in een hostel blijven, samen met Guillermo, een Spanjaard waarmee m'n vrind Jeroen en ik samen reisden in Cambodja, en ondertussen zoeken naar een studio of appartementje om in te wonen voor een paar maand. Er zijn veel studenten in Perth en veel advertenties op internet waarin gevraagd wordt naar een housemate. 't Kan dus al toop niet zo moeilijk zijn. Daarna ga ik werk zoeken, zodat de bankrekening weer een beetje aangevuld raakt.

Tot een volgende,
Hans

Wednesday, October 14, 2009

Hoi An, 15 oktober

De laatste dagen een beetje de luiaard uitgehangen in een toeristenstadje aan de kust (alles ligt hier een beetje aan zee...) genaamd Na Thrang. Veel bars en restaurants hier, veel uitgaan ook. Voor een cocktailtje betaal je hier een dollar, wat net niet teveel is voor mijn budget. Das waarom ik hier ook een paar dagen gebleven ben.

‘k heb vliegtickets voor Australie geboekt, op 29 oktober vlieg ik van in Hanoi, Noord Vietnam, terug naar Kuala Lumpur, en dan van Kuala Lumpur een paar dagen later naar Perth, aan de Westcoast. Ben van plan om daar werk te zoeken.

Ondertussen ben ik in Hoi An beland. Een klein oud stadje, vol met kleermakers. Zoals elke Westerling heb ik me hier een kostuum laten maken (italian wool, 85 dollar, tailor made.) Betrekkelijk goedkoop en het ziet er nog subboord uit ook. ’t Heeft wel een dag of 4 geduurd om het te laten maken en aanpassen maar dat had ik er best voor over. 85 dollar is per slot van rekening maar 60 euro. En wat krijg een mens de dag van vandaag nog voor 60 euro in Belgie.

Morgen reis ik verder naar Hue, een busreis van 4 uur voor een afstand van 100 km. Geen al te beste wegen in Vietnam.

Cheers

Friday, October 9, 2009

Ba Ria, 3 oktober.

Vandaag van Hho Chi Minh naar Ba Ria gefietst met mijn rugzak op m’n rug. ‘k Denk dat ik morgenvroeg nog een fietsenmaker zoek die me kan voorzien van een stevig rek op m’n staan. ‘k Heb 100 km gedaan, ’t ambetante is dat er enkel een aantal hoofdbanen lopen tussen de verschillende steden, wat betekent dat ik al snel een paar km mag rondrijden voor ik op de juiste baan arriveer. Zo heb ik deze ochtend zowat 30 km mogen omrijden om de baan naar Ba Ria te kunnen nemen.

De hotels hier zijn lik allemaal luxeresorts van 100 dollar per nacht. Aangezien ik maar een arm ex-studentje ben kan ik me zulke plekken niet echt permitteren. Daardoor ben ik nu bij een local beland. Hij heeft een groot uis dus tzal wel een rijke kerel zijn. Kan hem jammer genoeg niet vragen aangezien hij niets begrijpt van wat ik zeg. En vice versa. ‘k Heb hem 100000 dong gegeven, ongeveer een dollar of 6 voor een bed en een ontbijtje.

‘k Was in een klein dorpje, ze zijn daar niet echt blanken gewend, en al helemaal geen blondharigen. 1 van de kleinere jongetjes kwam zelfs eens aan m’n haar trekken om te voelen of het wel echt was. ’t Is gek, een paar vaders kwamen in de loop van de avond hun dochters presenteren. ‘k Zal dus ooit wel eens van straat geraken...

Nu een dutje doen, ben lik behoorlijk vermoeid...

Tuesday, September 29, 2009

Sihanoukville, 29 september

Paar dagen in Sihanoukville getsjoold nu. Machtig kuststadje in het zuiden van Cambodja. ’t Is regenseizoen, wat betekent dat er vrijwel geen toeristen zijn. Het strand staat vol met kleine strooien hutjes die allemaal goedkoop bier schenken en ’s avonds bbq aanbieden. Wanneer we hier in luie zetels liggen met de zee op drie meter afstand lijkt het een beetje op het einde van de wereld. Je kan hier trouwens ook zwemmen terwijl het regent, het water is sowieso warm genoeg.

Behalve zee is hier niet zo veel te zien. We kwamen hier oorspronkelijk slechts voor een dag of twee. Er is hier namelijk een vietnamese ambassade die visums uitgeeft zonder dat je je paspoort voor drie dagen moet afgeven. Maar aangezien we hier net op donderdagavond aankwamen, en vrijdag en zaterdag niet doorhadden dat het vrijdag en zaterdag was, en de ambassade op zondag waarschijnlijk gesloten zou zijn, moesten we hier blijven tot maandag. De ambassade van Vietnam zelf was behoorlijk rock ’n roll. Er stond een pingpongtafel om het wachten op het visum wat draaglijker te maken. We doen hier dus ook aan sport!

Op maandag een visum voor vietnam geregeld, om dan door te hebben dat we pas dinsdag een bus naar Ho Chi Minh kunnen nemen. Tzijn dus vijf dagen kust geworden. Mag ook wel eens, een beetje leegaarden.

Nu zitten we op de bus richting Ho Chi Minh. De baan is in een niet al te beste staat. Autosnelwegen kennen ze hier niet, en de bus rijdt niet sneller dan 60 km per uur en als we geen malchance hebben ligt er asfalt. Als alles goed gaat zijn we vanavond rond 19:00u in Ho Chi Minh, na een busrit van 10 uur.

Dag dag

Monday, September 21, 2009

Angkor Watt, 22 september

Hier in Siem Reap konden we goedkope fietsen huren waar we verbleven. Een handig vervoersmiddel voor Angkor Watt, aangezien het hele tempelcomplex zowat de grootte van Groot-Wevelgem is. Eigenlijk is de hele site een bos, met daarrond een weg, gelukkig in asfalt, en binnenin staan overal tempels verspreid, gebouwd in verschillende periodes van hindoeïsme tijdens de Khmer-periode (tussen 900 en 1400), om eens wat nerdy te doen.

Zeker de moeite waard om een drie dagen ticket te kopen, op één dag is het hele complex onmogelijk te bezichtigen, tenzij je Schumacher heet. En dan nog.
Rond de verschillende bouwwerken werken tientallen straatkinderen. Ze leven van wat ze toeristen kunnen verkopen. Veel van die kinderen spreken meer dan vlot Engels. Na een zin of twee ermee gepraat te hebben weten ze onmiddellijk dat we ofwel van Belgie, Nederland of Duitsland zijn. Wanneer we Belgie zeggen, noemen ze spontaan de drie landstalen, vermelden ze dat Brussel onze hoofdstad is en dat de koning Albert heet. Daarop beginnen ze te tellen in het Nederlands. Best indrukwekkend voor kinderen die geen geld hebben om naar school te gaan.

Toch lijkt het er een beetje op alsof ze een ‘opleiding’ krijgen. De zinnen die ze zeggen en overtuigingstechnieken die ze gebruiken om je hun spullen te verkopen zijn immers behoorlijk identiek bij ieder kind, en ze verkopen allemaal dezelfden brol. Postkaartjes, kopieën van reisgidsen, brasseleetjes,...

‘k Heb dan maar wat postkaartjes gekocht, kwestie van het geweten wat te sussen. En dan begint het eigenlijk nog maar pas. Eens je aan één kind koopt, komen er direct 6 andere rond je staan met dezelfde koopwaar, allemaal even zielig kijkend. Dan maar van m’n hart een steen gemaakt en weggewandeld zonder nog verder te kopen. ‘k Heb wel nog m’n pak koeken weggegeven aan een van hen.

Genoeg ge-angkor watt. Morgen nemen we waarschijnlijk de bus naar Pnom Penh, alwaar nieuwe avonturen zich misschien aandienen.

Gegroet!

Sunday, September 20, 2009

20 september, Siem Reap

Gisteren de grensovergang gemaakt tussen Thailand en Cambodja. De oversteek is op zich al de moeite waard. Aangezien we met de trein kwamen vanuit Bangkok (de goedkoopste optie), moesten we vervoer vinden van het station naar de grensovergang. Dus moet je een tuk tuk driver vinden, die je eerst een veel te hoge prijs aanrekent voor het vervoer.

Eens het onderhandelen voorbij is word je naar de grensovergang gebracht, maar eerst stopt de tuk tuk driver sowieso nog eens aan een aantal ‘reisagentschappen’ die valse of veel te dure visums uitschrijven, of je een busticket voor over de grens proberen te verkopen, waarvoor hij ook een percentje krijgt.

Uiteindelijk, nadat we alle aanbiedingen afgeslaan hebben, worden we naar de ambassade van Cambodja in Thailand gebracht, waar we een visum kunnen kopen. Een visum voor Cambodja kost normaal gezien 20 dollar, de ambtenaren in de ambassade vroegen 29 dollar, en wilden geen goedkoper visum uitschrijven.
Chance dat we mee waren met een Tsjech, die ervaring had met die grensovergang tussen Thailand en Cambodja. Samen met hem direct naar de grens zelf geweest, en na wat discussieren toch een visum gekregen voor de reguliere 20 dollar. ’t Is heel anders dan in Europa hier, officiele ambtenaren zijn vaak niet te vertrouwen en meestal uit op een eigen percent.